Beschrijving
Felix Dupuis 1917-2007
Ze gingen als warme broodjes over de toonbank, de boeken van dokter Dupuis. Protestants Nederland was er begin jaren vijftig klaar voor om bevrijd te worden van angst voor seks.
Het waren de jaren dat seks met x geschreven werd en christelijk met een hoofdletter. Protestants Nederland worstelde met de vraag: seks en christelijk zijn, gaat dat wel samen? Felix Dupuis vond van wel.
Hij was Rotterdammer. Zijn voorvaderen – protestanten uit de buurt van Le Puy de Dôme – waren in het begin van de 19de eeuw uit Frankrijk naar Nederland gekomen. Zijn grootvader werkte er in de Rotterdamse haven. Zijn vader werkte zich er op: na de kweekschool het staatsexamen gymnasium; en na een avondstudie rechten naar een scheepshypotheekbank, waar hij begon als klerk en na de oorlog eindigde als directeur.
Een familie van klimmers. Daarom begreep Felix, die aan de Leidse universiteit huisarts was geworden en er nooit over had gepiekerd om lid te worden van het standgevoelige studentencorps, de kleine luyden in zijn praktijk zo goed. „Hij wist wat er omging in iemand die de hele dag scheepsruimen schoonmaakt”, zegt zijn dochter Heleen.
Als scholier op het christelijke Marnix-gymnasium had hij geaarzeld of hij theologie of geneeskunde zou doen, maar uiteindelijk besloot hij tot het meest praktische. In 1935 ging hij als spoorstudent geneeskunde studeren – op kamers wonen, daar was geen geld voor. De oorlog kwam; Dupuis kwam na een razzia in Vught terecht. Omdat hij weigerde lid te worden van de Artsenkamer kon hij, hoewel in 1942 afgestudeerd, geen praktijk openen. Hij ging werken bij de Raad van Arbeid.
In 1943 ontmoette hij tijdens een partijtje zeilen met vrienden zijn vrouw, die hoofd van de huishouding was in het Haagse ziekenhuis Bronovo. Ze trouwden in juli 1944. Hij wist „waarachtig wel”, zegt zijn dochter, „hoe je voorkomt dat je kinderen krijgt, maar mijn ouders zijn iets te optimistisch geweest over de duur van de oorlog. Mijn moeder was dus zwanger tijdens de hongerwinter.” Het eerste kind, een dochter, werd in mei 1945 geboren – een paar weken nadat hij zijn praktijk aan de Rotterdamse Bergweg opende. Tot 1953 volgden er nog drie zoons.
Hoe groot de onkunde en het ongemak over seks waren, was hem tijdens zijn co-schappen in 1942 door een schokkende gebeurtenis duidelijk geworden. Een meisje met peritonitis, buikvliesontsteking, werd het ziekenhuis binnengebracht. Ze had zelf geprobeerd een abortus op te wekken en overleed eraan. Bij autopsie bleek vervolgens dat ze helemaal niet zwanger was geweest. Dupuis begon eind jaren veertig met zijn strijd tegen de seksuele onwetendheid en schreef de eerste versie van ’Uw deel in dit leven’, een boek over ’vragen rondom verloving en huwelijk’ in 1947. Hij schreef thuis, aan een bureau in de zitkamer – dan was hij vlakbij zijn gezin. Het boek liep als een trein, zoals ook het vervolg (’Uw deel in dit leven: liefde, huwelijk en gezin’) druk na druk beleefde.
Vrijen is niet zondig, integendeel – maar het moet wel wachten tot na het huwelijk. Masturberen is geen doodzonde, maar iets tijdelijks, iets voor pubers. Vrijen zonder acht te slaan op de wensen van je partner is daarentegen wel verkeerd. Voorbehoedsmiddelen gebruiken is heel verstandig – en beter dan die frustrerende coïtus interruptus of die katholieke periodieke onthouding. Mensen die getrouwd zijn, zijn niet beter dan zij die dat niet zijn.
Die boodschappen stuurde Dupuis via zijn boeken het protestantse volksdeel in – zoveel mogelijk ondersteund door bewijzen uit de Bijbel. „Ja, leest u het hele Hooglied eens, maar dan niet in de onbegrijpelijke vorm van de Statenvertaling, maar in een van de nieuwere. En u zult getroffen en verrukt worden door deze machtige liefdeszang. Ja, de liefde is een vlam Gods. God zag na de schepping van man en vrouw dat het zeer goed was”, schreef hij. Het Hooglied was, zei Dupuis, helemáál geen allegorie voor de liefde tot de Heere, maar ging simpelweg over het plezier in seks met een geliefde.
En zo ontzenuwde Dupuis voor calvinistisch Nederland ook het misverstand dat de bijbelgeschiedenis van Onan een verbod op zelfbevrediging inhield. Onan, die met de weduwe van Er, zijn overleden broer, een zwagerhuwelijk moest sluiten om te zorgen dat zij alsnog kinderen kreeg, „verspilde het zaad op de grond”. Niks masturberen; Onan was zo egoïstisch om Tamar geen kinderen te gunnen die de naam van zijn broer zouden dragen en niet de zijne. Dáárom strafte God Onan met de dood.
Ook de verschrikkelijke afwijkingen die je van masturbatie zou krijgen verwees Dupuis naar het rijk der fabelen. „Moet de puber er dan niet steeds tegen vechten en dagelijks bidden ervan verlost te worden? Neen, allemaal overbodig en zelfs gevaarlijk. Alleen de hoogstnodige aandacht eraan schenken, God bidden om hulp tegen en vergeving voor álle zonden, en verder slechts indirect werkzaam zijn”, adviseerde hij de ouders.
„Als je het nu leest is het lief, en braaf, maar voor die tijd was het revolutionair”, zegt zijn dochter Heleen Dupuis, hoogleraar medische ethiek en VVD-senator. Seks zonder duurzame relatie lijkt in Dupuis’ boeken niet te bestaan, en het duurde nog even voordat homoseksualiteit toch echt ook bleek te bestaan.
„Ik ben zestien jaar. Hoe kan ik zekerheid krijgen of ik al dan niet homosexueel ben? Ik geloof in God en probeer als christen te leven. Kan het leven van een homofiel waarde hebben of kan hij er maar beter een einde aan maken, temeer omdat een gedeelte van de maatschappij zich tegen hen keert?” Dupuis deed sinds begin jaren zestig ook de eindredactie van Gezond Gezin, het maandblad van de protestantse stichting ter bevordering van verantwoorde gezinsvorming. Hij gaf ook de antwoorden in de vragenrubriek achter in het blad. (Bezorgde ouders konden die pagina verwijderen: ’Uitneembaar als u wilt’, stond bovenaan). „Ik ben ervan overtuigd dat ook wanneer je homofiel bent, je erop mag vertrouwen dat God je volledig accepteert; daarmee staat dus ook de waarde van jouw leven vast”, begon het antwoord; december 1970 is het dan. Het eindigde met het advies om eens te gaan praten bij de Schorerstichting.
Dupuis is altijd als huisarts blijven werken – zijn boeken, en later zijn praatjes over ’sexualiteit’, laat op de avond voor de NCRV-radio, deed hij ernaast: af en toe ging hij een dag naar Hilversum en nam daar een paar afleveringen tegelijk op. Hij had in zijn praktijk een apart spreekuur voor anticonceptie. „Je kon bij ons thuis geen deur opentrekken of er vlogen anticonceptiva uit; de pessaria lagen op de trap te wachten tot de patiënten ze kwamen ophalen”, zegt Heleen.
Hij was sociaal bewogen, dat vond hij zijn christenplicht. Hij stemde van oudsher CHU – je bent hervormd of je bent het niet – en later CDA. De oversteek naar de PvdA heeft hij, hoe sociaal bewogen ook, nooit gemaakt. „Dat was een andere cultuur”, zegt zijn dochter. „Hij was voor de verheffing van arme mensen, maar hij was geen socialist.” Dat zij in 1995 lid van de VVD werd, vond hij maar niets. „Wiegel vond hij vreselijk en de VVD was volgens hem een partij voor de haves.”
Maar hij was het wel eens met Bolkestein toen die begin jaren negentig het voortouw nam in de discussie over allochtonen. Dupuis was een paar jaar vóór z’n 65ste met pensioen gegaan, omdat hij in zijn praktijk de problemen van nabij meemaakte. „Marokkaanse ouders die hem midden in de nacht wakker belden voor een baby met een snotneus – zoiets deden Rotterdamse havenarbeiders niet”.
In de hoge ouderdom was hij weinig fortuinlijk. Hij overleefde een herseninfarct en darmkanker; maar hij liep slecht, lag per dag steeds langer in bed, had voortdurend vocht in zijn borstkas en was doodop. Eigenlijk, vond hij de laatste vier jaar, had hij al veel te lang geleefd. Maar hoewel hij vond dat euthanasie ’moest kunnen’, voor zichzelf voelde hij er niets voor. Hij was een pater familias in hart en nieren en wilde graag bij vrouw en kinderen blijven. Begin mei, de zorg voor hem was inmiddels te zwaar, zou hij doordeweeks in een verzorgingshuis gaan wonen en in de weekeinden thuis. Hij is in het verzorgingshuis naar bed gegaan en er niet meer uitgekomen.
Esther Hageman − 11/07/07,TROUW
Pierre Jean Felix Dupuis werd op 15 februari 1917 in Rotterdam geboren. Hij overleed er op 22 mei 2007.
| Auteur: | P.J.F. Dupuis, arts |
| ISBN: | — geen — |





