Aanbieding!

Gereduceerde Prijs Commentaar op het Nieuwe Testament : De Pastorale Brieven – Dr. Herman Ridderbos

Oorspronkelijke prijs was: € 6,95.Huidige prijs is: € 3,48.

Verzending Gratis verzending vanaf € 60,00 Voor bestellingen vanaf dit bedrag
Afrekenen Veilig afrekenen SSL beveiligde betaalpagina
BETAALMETHODEN Betaalmethoden
Artikelnummer: SK0005847-NL20260525-082845 Categorie:

Beschrijving

Commentaar op de z.g.n. pastoralebrievenn.l. debrievenvan Paulus aan Timotheüs en die .aan Titus

In de serie ,,CommentaarophetNieuweTestament” verscheen bovengenoemd deel in de bekende prachtige uitvoering. Een lust voor het oog en een genot om er gebruik van te maken.
De z.g.n.pastoralebrievenn.l. debrievenvan Paulus aan Timotheüs en die .aan Titus, vormen een bijzonder gedeelte van hetNieuweTestament.
Zij hebben een bijzonder praktisch-kerkelijk karakter en zijn niet als b.v. Romeinen en Galaten van leerstellige aard.
Bij het critisch schriftonderzoek is daarom de vraag opgekomen of dezebrievenwel door Paulus geschreven zijn en of de kerkelijke situatie, dieopde achtergrond van dezebrievenligt, niet in een veel later tijd gesteld moet worden. Met deze vraag naar de echtheid van dezebrievenhangen dan weer allerlei gedachten samen over de organisatie van de kerk enz. Deze vragen en beweringen laat ik hier verder rusten.
In verband met dit alles is het een buitengewoon genoegen om de rustige, positieve en overtuigende inleiding van Prof.Ridderbosopdezecommentaarlezen. Zij gaat in 37 blz.opal deze opgeworpen problemen in en kiest daartegenover positie met duidelijke argumenten.
De wijze waarop verder de inhoud van dezebrievenbesproken wordt is dezelfde als in de eerder verschenen commentaren van de auteur.
Eerst wordt de gedachtengang van de pericoop gegeven en daarna afzonderlijk de argumentering vanuit de grondtekst met verdediging van eigen zienswijze en zonodig afwijzing van die van anderen. “Wat dit laatste betreft heeft de schrijver zich gewacht voor een overbodige overdadigheid. De gebruikers zullen hem daar dankbaar voor zijn om meer dan een reden.
Men behoeft — het blijkt hier weer duidelijk — niet alles wat er bij een tekst gezegd kan worden te releveren om de Schrift zelf duidelijk te doen spreken.
Wat nu hetcommentaarzelf betreft: de tijd ontbrak mij om dit werk geheel door te lezen. Ik nam, enkele steekproeven. Daarover een enkele opmerking.
Allereerst 1 Tim. 3:16 waar wij de verheven opsomming vinden van de verborgenheid der godzaligheid, waarbij in zes strofen de heilsopenbaring in Christus Jezus geloofd wordt.
Is dit een citaat, uit een belijdenis, uit een hymne? Of zijn dit oorspronkelijke woorden van de apostel? Om deze vragen is heel wat gefantaseerd en zijn er paralellen gezocht in de z.g.n. troonsbestijgingsriten in het Oude Oosten.
De conclusie van prof.Ridderbosis: „Hij maakt daarbij blijkbaar gebruik van bestaande formuleringen”. Sober en m.i.z. juist.
Wat hier verder treft is de zeer positieve wijze waarop dit Christusbelijden hier gezien wordt en besproken. Er is voor de auteur geen sprake van dat de gemeente deze kwaliteiten en feiten aan de figuur van Jezus toekent, maar zij belijdt ze aldus omdat zij haar Heere en Christus zo kent uit de apostolische prediking.
De feitelijkheid, de waarheid en de waarde van wat hier beleden wordt liggen ineen. Zij vormen tesamen ,,het geheimnis der godsvrucht”.
Deze positiviteit, die vandaag wel zeer nodig is, hier te vinden, doet weldadig aan.
Een tweede steekproef nam ik bij 2 Tim. 3:16. Het gaat hier om de bekende en omstreden tekst. Al de Schrift is van God ingegeven enz.Ridderboswil ,,theopneustos” predicatief lezen en geeft daarvoor, hoewel hij zegt dat de keuze moeilijk is, vele argumenten, blz. 231. Hij zegt b.v. ,,ook is een opzettelijke, predicatieve uitspraak over de theopneustie van alle Schrift hier stelligophaar plaats, als verklaring en grond voor hetgeen in vrs. 15 voorafgaat en in vrs. 17 volgt”. Hier wordt aan de Schrift zelf afgeluisterd wat zij wil zijn, en hoe zij tot ons komt.
Tenslotte koos ik Titus 3:5, het woord dat spreekt over het bad der wedergeboorte en vernieuwing door de Heilige Geest, een woord dat bij de doopkwestie nog wel eens ter sprake gebracht wordt.Ridderboshoudt zich anders nauwkeurig aan de tekst maar hier, hoewel de tekst niet van de doop spreekt, wil hij het woord ,,bad” als directe heenwijzing naar de doop zien.Opgeen enkele wijze komt hier blijkbaar bijRidderbosde andere uitleg in aanmerking, waarbij niet de doop in deze pericoop het zwaarste accent ontvangt maar het gered zijn uit het eerste deel van vrs. 5 gered door het bad der wedergeboorte en de vernieuwing, welke weldaden de H. Geest werkt. Deze weldaden verkondigt en schenkt God de Heere door de H. Geest. En van dit werk Gods is de doop — zo men deze hier beslist in het oog wil vatten — teken en zegel. Het is zelfs mogelijk hier in het geheel niet aan de doop te denken — die niet genoemd wordt — en ,,bad” als beeldspraakopte vatten voor wedergeboorte en vernieuwing.
Wie deze mogelijkheden van de tekst voor ogen houdt zal dunkt mij niet gemakkelijk hier schrijven, zoalsRidderbosdoet: „Door de doop wordt die verbinding echter nogopandere wijze gelegd (bedoeld wordt de verbinding, die er reeds was tussen Christus en de nog niet gelovenden) wordt hetgeen in Christus corporatief eenmaal geschiedde aan de gelovigen toegepast en toegeëigend, zodat zij, hetgeen met Christus eenmaal geschied is ook met hen geschied mogen achten”. Wel zegt de schrijver dan ,,de doop brengt deze verbinding niet automatisch ofopeigen kracht tot stand”, maar hij vervolgt de zin met te stellen ,,maar is zoals hier duidelijk blijkt, het middel waardoor God handelt en de gelovigen in het door Hem in Christus aangebrachte heil doet delen”, blz. 293.
En in het vervolg wordt dan nog gezegd: De doop zal echter steeds als heilsmiddel (dia) moeten worden verstaan”. Eist de exegese hier dergelijke beschouwingen. Ik meen van niet. Bouma sprak in zijncommentaarover dezelfde plaats van een ,,ongeoorloofde sprong” als men iets dergelijks doet. Wie teveel springt verliest de grond onder de voeten.
Of dit het laatste woord is dat ik over dit werk te zeggen heb? Zeker niet. Het zou snood en ondankbaar zijn om de schrijver niet hartelijk te danken, dat hij door dezecommentaarook anderen, dan alleen zijn studenten, in zijn college-werk deed delen.
Wie ambtshalve met de Schrift moet omgaan schaadt zichzelf wanneer hij van deze uitgave geen gebruik maakt.

Digibron Gepubliceerd op: W. Kremer

Zie voor verdere TOELICHTING ook de TITELPAGINA van het boek !

Auteur: Dr. Herman Ridderbos
ISBNr: – – geen – –