Beschrijving
Over het komen Gods tot verlossing van zijn wereld
Digibron recensie:
De titel van dit boek is een even korte als juiste aanduiding van de gehele inhoud. De ondertitel luidt: „OverhetkomenGodsterverlossingvanZijnwereld”.
De schrijver begint met Art. 17 N.G.B. te citeren, waarin gezegd wordt, dat God Zichzelf begeven heeft om hem (de gevallen, ellendige mens) te zoeken, toen deze al bevende voor Hem vlood. Datkomenvan God om de mens te zoeken en te bezoeken, met als einddoel om weer bij de mens zelfs tewonenheeft de schrijver getroffen en vormt het thema vanzijnboek. Hij kiest uit het Oude- en daarna uit het Nieuwe Testament verschillende momenten, waarin de heerlijkheid en de betekenis van dat„hoogbezoek” bijzonder duidelijk spreken. Het blijkt telkens een wonder tezijn, een wonder van genade, met als grondslag de verzoening, die in Christus Jezus is.
De behandelde pericopen betekenen een keuze uit vele andere, die mogelijk waren. Ik meen, datzijnkeusoverhet algemeen een gelukkige is, vooral die uit het Oude Testament. Daarbij is een grote plaats ingeruimd voor die ogenblikken, waarop God verschijnt aan Mozes (de doornbos, op Horeb, als de Barmhartige en Getrouwe ook na de zonde met het gouden kalf), en in ”t bijzonder in verband met de schaduwdienst der verzoening. De schrijver maakt hier vele waardevolle opmerkingen, Schrift met Schrift vergelijkende. Het hoofdstukoverhethoogbezoekvan de God van Israël inZijneigen huis (tabernakel, tempel) sprak mij persoonlijk bijzonder aan.
Na nog enkele opvallende plaatsen uit de profeten Ezechiël (11 : 23, waar sprake is van een afgebrokenbezoekvan een jaloers God en 43:1—5, waarboven staat: het hernieuwdbezoekvan de Ontfermer), Haggaï en Zacharia,komenverschillende momenten uit de volheid des tijds aan de orde. In Lucas 1 : 78 vertaalt ds. Wielenga „de Spruit uit de hoogte” i.p.v. de Opgang uit de hoogte. Zacharias zou niet aan Mal. 4 : 2, maar aan Zach. 6 : 12 e.a. gedacht hebben. De verder gekozen illustraties van hetbezoekvan de Vader onzes Heren Jezus Christus vormen Lucas 2:9 (de herders); 9:28— 31, 34—36 (de verheerlijking); 24 : 36-43 (de elve); Hand. 1 : 9 (Hemelvaart) en Hand. 2 : 3 (Pinksteren).
Het grote geheel tussen komst en wederkomst des Heren wordt gezien van uit Titus 2 : 11—14, waarbij, in verband met de Griekse tekst, hetkomenGodssamengaat wordt met het woord „epiphanie” (verschijning). Er staan in dit hoofdstuk bijzonder mooie opmerkingen.
Het „bezoek” loopt inderdaad uit op het „wonen” van God bijZijnvolk. De lijnen worden doorgetrokken naar de Openbaring, waarin de volle vervulling komt van de Immanuël-profetiën van Jesaja 7—12.
Driemaal heeft dit boek een korte overdenking van een psalmwoord. Aan het beginoverPsalm 8 met z”n verwonderd: wat is de mens… dat Gij hem bezoekt. Bij de overgang van Oud- naar Nieuw Testament Ps. 106 : 4 met de bede:bezoekmij met Uw heil; en aan het slot Psalm 72 : 18, 19 — de lofzang. Verwondering, gebed en lofzang, datzijnde reacties van degenen, wie hetHoogBezoekgeldt. Graag had ik deze motieven, die op zichzelf uitstekend gekozenzijn, wat breder en dieper uitgewerkt gezien. Ook had ik in de gang van de grote heilsfeiten graag een aparte plaats ingeruimd gezien voor het kruis. Ook daarin is toch hetkomenGods. Niet als een soort Theopaschitisme, maar wel in de zin van 2 Cor. 5: „Want God was in Christus dewereldmet Zichzelf verzoenende”.
Als Praeludium, Interludium en Postludium plaatst de schrijver enkele gedichten van Guido Gezelle, terwijl het eindigt met Willem de Merode”s bekende: Veni Creator: „Verlosser, kom! dewereld-wacht!”
Ondanks enkele, bemerkingen is „HoogBezoek” een boek, dat ik gaarne zou willen aanbevelen, omdat ons inzichtin de Schrift er door verrijkt wordt.
G. Boer
Gepubliceerd op:
Zie voor verdere TOELICHTING ook de INHOUDSOPGAVE van het boek !
| Auteur: | Ds. D.K. Wielenga J.D.zn. |
| ISBNr: | — geen — |





