Beschrijving
De kunstenaar een profeet?
Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van Hoogleraar in de Fakulteit der Letteren aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op Vrijdag 28 Mei 1965.
Wij mensen zijn aan het begin van onze geschiedenis midden in deze wereld, Gods Schepping, gezet. Het is aan ons om ons in deze wereld te oriënteren. Daarbij is er heel veel onzeker. Onze kennis en inzicht zijn betrekkelijk en discutabel, meer hypothese dan zekerheid. God heeft ons in zijn Openbaring wel de sleutel tot het verstaan van die werkelijkheid gegeven, maar heel veel ook aan onszelf overgelaten om te ontdekken en proberen te begrijpen. In deze zin is al onze kennis a posteriori, nadenken over het gegevene.
Wij kijken, wij denken, wij praten. Deze discussie over de werkelijkheid, of liever over wat wij menen gezien en begrepen te hebben van die werkelijkheid, is het meest wezenlijke van ons mens-zijn. Daarbij dragen we argumenten aan en vragen naar de juistheid van onze interpretaties. De geschiedenis van het denken – in wijsbegeerte en literatuur – en van het kijken – in de kunst – is in zekere zin de geestesgeschiedenis van de mensheid. Het blijft natuurlijk niet alleen bij praten. Wij doen ook. We gebruiken de verworven kennis en passen die toe. En dat passen we weer in onze discussie in. Zo vormen we de kaders, de levensvormen en onze visie op de werkelijkheid.
De wijsgeer en de kunstenaar zijn bezig met de werkelijkheid: de een spreekt in begrippen waarin hij zijn denken poogt weer te geven om zo een bijdrage aan de discussie te kunnen leveren, de ander verbeeldt het geziene en biedt zo hetgeen hij meent gezien te hebben aan in visuele communicatie, evenzogoed ter discussie. Discussie over kunst is dan ook zeer eigenlijk, zowel verbaal als visueel in zoverre als de ene kunstenaar reageert in zijn beeld op de ander.
Zie voor verdere TOELICHTING ook de TITELPAGINA van het boek !
| Auteur: | H.R. Rookmaaker (1922-1977) |
| ISBNr: | – – geen – – |





