Beschrijving
Sâwitrî : Indische sproke uit het Sanskrit -vertaald door J. Ph. Vogel
Deze zorvuldige bewerking van een beroemd, en in zijne navolgingen zeer vruchtbaar, oud-Indisch verhaal stelt den Nederlandschen lezer in staat om kennis te maken met de ‘schoone sproke van de koningsdochter Sâwitrî, wie voorgezegd was, dat haar zelfverkoren echtgenoot na een jaar zou sterven, maar die, toen de tijd gekomen was en de Doodsgod reeds de ziel van haar man wegvoerde, zoo treffende woorden van waarheid wist te spreken, dat Yama, de machtige heerscher van het Doodenrijk, bewogen werd om den strik los te maken, waarmee hij de ziel van Satyawan had gebonden.’
Het is inderdaad een roerend en treffend verhaal, dat de Heer Vogel ons door zijne vertaling te genieten geeft. De kuische liefde, de waardige, en ook vaardige, wijsheid van Sawitri, het overleg, waarmee de dichter ter wille van het licht dat op de vorstelijke vrouw zelve moest vallen, zijne bijfiguren, zelfs ook den echtgenoot, min of meer in de schaduw liet, daarnaast de eenvoud der middelen door den verhaler gebezigd om den lezer onder den indruk van zijne sproke te brengen, maar bovenal de ernst en de overtuigde vroomheid der taal – dit alles is bij uitstek geschikt om den twintigste-eeuwschen lezer, ook door de tegenstelling met de ingewikkelde psychologie der moderne letterkunde, te boeien en te bekoren. De stijl der vertaling werkt daartoe in hooge mate mee, en eindelijk, de lezer wordt op uitnemende wijze ingeleid tot de lectuur door een zeer eenvoudig gestelde introductie, ter toelichting van de plaats die het Sawitri-verhaal in het groote heldendicht der Indiërs, het Mahabharata, inneemt.
K.K.
Bron: DBNL
| Auteur: | vertaald door J. Ph. Vogel (1871-958), Hoogleeraar te Leiden |
| ISBNr: | — – geen — – |





