Beschrijving
Geloofsbevinding in de prediking
Een speurtocht naar verantwoorde bevinding in hervormd-gereformeerde preken
Hoebevindelijkis depredikingin de kringen van deGereformeerdeBond? Met die vraag heeft dr. P.Buitelaarzich intensief beziggehouden. De vrucht van zijn onderzoek is zijn proefschrift, verdedigd aan de Vrije Protestantse Universiteit van Brussel. De titel maakt direct al duidelijk dat de schijver meer wil dan een beschrijving geven van watbevindelijkepredikingis. Als er sprake is van een ‘speurtochtnaarverantwoordebevindinginhervormd–gereformeerdepreken‘, dan wordt het duidelijk dat het zijn bedoeling is dat er een oordeel wordt gegeven over hetbevindelijkkarakter van deprekendie onderzocht zijn.Buitelaarkiest ervoor om te spreken over ‘geloofsbevinding‘ in onderscheid van ‘bevinding‘ zondermeer, een woord dat bij hem kennelijk een te breed karakter kan krijgen. Hij definieert zijn toetssteen als volgt: ‘Geloofsbevindingkomt op uit de Schriften en is de gelovige beleving van de gemeenschap met en de kennis van God in Christus door de Heilige Geest, die getoetst wordt in het concrete leven onder strijd en aanvechting en die consequenties heeft voor het leven in deze wereld’.
Behalve dat er een honderdtalprekenin het licht van dit begrip wordt beoordeeld, biedt deze studie naast directe homiletisch onderzoek ook enkele algemene inventariserende hoofdstukken o.a. over dehervormd–gereformeerdenals religieuze groepering, over de bijbels-theologische begrippen die wezenlijk zijn voorgeloofsbevindingen over de verschillende definities die in degereformeerdetraditie gehanteerd worden als het om debevindinggaat.
De kern van de studie bestaat uit de analyse van een vijftalprekendie volgensBuitelaarkenmerkend zijn voor eenzelfde aantal categorieën vanhervormd–gereformeerdeprediking. Hier rijzen wel enkele vragen bij zijn methode. Waarom was het niet mogelijk om aan te geven van wie de vijfprekenafkomstig waren? Wellicht was het ook goed geweest als de 95 overigepreken, voor zover ze in publicaties zijn na te gaan, met vindplaatsen waren vermeld. Nu is het niet mogelijk voor de lezer om met de schrijver mee te lezen en een zelfstandig oordeel te vormen. Wij weten immers niet welkeprekenaan zijn conclusies ten grondslag liggen. Wij weten ook niet waarom hij de vijf voorbeelden gekozen heeft, die hij integraal weergeeft. Waren het de beste uit de onderscheiden categorieën, of juist de minste? De vragen die aan deprekenworden gesteld zijn duidelijk. Deprekenworden bevraagd op de structuur, op de cesuur, het onderscheidelijke element, de taal, het mensbeeld, het spreken over het geloof en de wijze waarop het concrete leven aan bod komt. Het hanteren van de criteria die de schrijver benut, het recht doen aan de tekst in de exegese, de stijl en woordkeus en duidelijkheid, behoort ook bij een bredere beoordeling van depredikingdan alleen op het begrip ‘geloofsbevinding‘. Wellicht had despeurtochtjuist in de analyse nog wat meer toegespitst kunnen blijven op hetbevindelijkeelement. Het viel mij overigens op, dat de tweeprekendie er in de beoordeling vanBuitelaarhet beste van af kwamen, een duidelijke structuur hadden van een thema en drie punten.
Het is duidelijk dat de schrijver de voorkeur geeft aan eenpredikingwaarin hetgeloofsbevindelijkeelement opkomt uit de Schriften, waarbij in verbondsmatige gang toch recht wordt gedaan aan Bijbelse onderscheiding en waarin het concrete leven niet uit het gezichtsveld verdwijnt. Zijn studie wil vanuit een hartelijke verworteling in en verbondenheid met dehervormd–gereformeerdetraditie een pleidooi zijn voor een dergelijkeprediking. Aan het eind van zijn studie spreekt hij over een blijvendespeurtochtom duidelijk te maken wat hetbevindelijkegeheim van depredikingten diepste is. Voor de lezers is deze studie een goede aansporing om vanuit de Schriften, als predikers of als hoorders, te blijven zoeken naar datgene wat depredikingtot een appellerend getuigenis maakt. Mooi vond ik wat in dat verband geschreven werd over ‘een door de Geest doorgloeideprediking‘ (blz. 198). Het gaat om een dóórgloeien waarin de Geest scheiding maakt tussen het goede en kwade, een doorglóéien, waardoor er warmte komt en een ‘doorgloeien’ als uitstraling naar buiten toe.
Bron: De Waarheidsvriend Publicatiedatum: 04-07-1996 Auteur(s): M. A. van den Berg
Zie voor verdere TOELICHTING ook de ACHTERZIJDE van het boek !
| Auteur: | Ds. P. Buitelaar |
| ISBNr: | 9023903390 9789023903390 |





